Op één lijn zitten is eendimensionaal
Op één lijn zitten, het klinkt alsof dat het ultieme doel is binnen bedrijven of zelfs in persoonlijke omstandigheden om samen door één deur te kunnen. Om gemeenschappelijke doelen te bereiken. Om elkaar te velen. Of van elkaar te houden. De ideale wereld ziet er volgens de degenen die dergelijke rechtlijnigheid voorstaan uit alsof het een must is dat iedereen hetzelfde denkt en doet. We stellen in die situatie voorwaarden aan onze gemeenschap, aan ons samenleven, aan ons denken. Een farce natuurlijk, want wat zouden wij zijn zonder tegenspraak, discussie en debat. Zonder emotie en passie. Zonder tegendraadse gedachten en inventieve ideeën. Een flauw aftreksel van slappe thee. In mijn directe omgeving maak ik mee dat op één lijn zitten allerminst het geval is. Mensen, zelfs in de kring van een gezin, hebben gevoelens, overtuigingen, relaties, genegenheden, histories, die geenszins over één kam te scheren zijn. Dat is maar goed ook. Hoe saai zou het worden als we over alles hetzelfde zouden denken. De dood in de pot. Echter, respect voor ieders beweegredenen, drijfveren en emoties, dat is de essentie om samen te leven. Om samen verder te komen. Vertrouwen in elkaars goede intenties eveneens. Onvoorwaardelijkheid zou dus een beter uitgangspunt zijn. Dat maakt ons misschien flexibeler, succesvoller en gelukkiger.
De onvoorwaardelijkheid die individuen kunnen tonen als het gaat om hun club, hun gezin, hun buurt, is ook door te trekken naar bedrijven. Ook zij zijn afhankelijk van een systeem van saamhorigheid en samenwerking. Van vertrouwen. Vanuit ieders kernwaarden en competenties werken bedrijven steeds meer samen in ketens, proberen zij invloed uit te oefenen op totale systemen. Vanuit een gemeenschappelijk belang en een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid zetten zij zich in voor duurzame ontwikkeling, voor gelijke kansen, voor een schoner milieu. Dat is mooi om te zien.
Ook al heeft ieder bedrijf verschillende oorsprongen, doelen, ambities of kernactiviteiten die vragen om een genuanceerde visie op wat het voor de wereld kan betekenen, ieder doet het zijne. Wat een levensmiddelenproducent kan doen voor de voeding of hygiëne van mensen in opkomende landen, kan een kennisleverancier minder direct evenaren met financiële adviezen of ICT-systemen. Desondanks kunnen zij elkaar respecteren om de inspanning die zij leveren om het klimaat te beschermen, sociale omstandigheden te bevorderen of ethisch zaken te doen. De een hoeft de ander niet te verketteren om de bijdrage – hoe bescheiden dan ook – die wordt geleverd. De een hoeft de ander niet uit te sluiten omdat de richting net even anders is. Ze kunnen wel de handen ineen slaan en de krachten bundelen om te streven naar een duurzame samenleving, een duurzame wereld. Dat gebeurt gelukkig steeds meer. Respect voor elkaars inbreng is hierin de kern, zonder dat er sprake is van een bepaalde dwangmatigheid.
Uiteraard is kritiek of ingrijpen nodig als individuen of bedrijven zich onverantwoordelijk of niet behoorlijk gedragen. Daarop kunnen wij elkaar aanspreken. In de persoonlijke sfeer gebeurt dat natuurlijk. Maar ook bedrijven worden aangesproken op onverantwoordelijk of ongewenst gedrag. Door de media, door NGO’s, burgers of de politiek. Bedrijven halen daarmee de publiciteit, in negatieve zin, met alle gevolgen van dien voor de reputatie. Klanten keren zich van hen af, nieuwe medewerkers zoeken liever een andere werkkring. Steeds meer institutionele beleggers hanteren een actief uitsluitingsbeleid als bedrijven zich bezighouden met niet wenselijke activiteiten.
Soms hebben bedrijven een zetje nodig om op gang te komen met duurzame ontwikkeling. De VBDO probeert bijvoorbeeld beursgenoteerde bedrijven aan te zetten meer maatschappelijk verantwoord te handelen en ziet dat die opstelling vruchten afwerpt. Bedrijven doen beter hun best om maatschappelijk verantwoord te ondernemen en leggen daarover publiekelijk verantwoording af. Dat betekent dat zij de geleverde kritiek of aanbevelingen met respect behandelen. En dat zij inzien dat zij ieder op hun eigen terrein hun steentje kunnen bijdragen aan een leefbare wereld, nu en straks. De omvang van dat steentje is minder van belang. Het gaat erom dat we beseffen dat wat er ook gebeurt, wij erop kunnen vertrouwen dat wij samen zorgen voor de generatie die na ons komt. Onvoorwaardelijk. Ieder op zijn manier.
Uiteindelijk draait samenleven en samenwerken om vertrouwen en respect. Vertrouwen in de basisbeginselen en respect voor elkaars goede intenties. Zoals mijn vader altijd zei: de onderste steen kan boven komen maar jij blijft mijn oudste dochter. Zo is het ook met de publieke opinie naar het bedrijfsleven als zij aantoont haar best te willen doen. Dan kun je het nog zo met elkaar oneens zijn over de route of de maatregelen, je weet dat je er ooit samen uit zal komen. Of in ieder geval hetzelfde doel nastreeft, waarbij ieder zijn eigen vruchtbare en geïnspireerde inbreng heeft. Dat biedt een veelzijdiger kijk op de zaak dan het eendimensionale op één lijn zitten.